SHPimage002

 

bismilla3

 

Het doel van de “S-H” is: “Training van lichaam en training van geest teneinde grootheid van karakter te bereiken met als doel perfectie te vinden in het leven, geluk en welzijn zowel lichamelijk als innerlijk, in de wereld en in het hiernamaals”.

 

De training van het lichaam geschiedt in de vorm van Pencak Silat en de training van de geest in de vorm van Geloof en Devotie voor God, met het op een consequente wijze beoefenen van “Amar ma’ruf nahi munkar”. Met het op een regelmatige wijze beoefenen van Pencak Silat kan de mensheid een gezond en sterk lichaam verkrijgen en een eveneens gezonde geest (“mens sana in corpore sano”). Met Geloof en Devotie voor God alsmede het op een consequente wijze beoefenen van “Amar ma’ruf nahi munkar”  kan de mensheid gelukkig worden, zowel lichamelijk als innerlijk, in deze wereld en in het hiernamaals.

 

In feite kan en mag Pencak Silat “S-H” niet gescheiden worden van de innerlijke ziel van de “S-H”, zoals ook de zonnestralen niet gescheiden kunnen worden van de zon. Beiden geven vorm aan een twee-eenheid, een dubbele existentie die een en verenigd is, geven vorm aan een volmaakte cirkel, een totaliteit. Op grond daarvan is het dan ook niet juist en niet volledig, Pencak Silat “S.H.” te leren zonder zich te verdiepen in de INNERLIJKE-ZIEL van de “S-H” of omgekeerd zich te verdiepen in de INNERLIJKE-ZIEL van de “S-H” zonder Pencak Silat “S-H” te begrijpen.

 

Pencak Silat “S-H” is vrij van invloed van welke ideologieën en of welke politieke stromingen dan ook. 

 

Persaudaraan “Setia-Hati” Winongo Tunas Muda hanteert de volgende 6 basisprincipes:

¨   Eenheid  (Persatuan)

¨   Gelijkheid  (Persamaan)

¨   Broederschap  (Persaudaraan)

¨   Onafhankelijkheid  (Kemerdekaan)

¨   Elkaar Helpen  (Tolong-menolong)

¨   Overleg (Musyawarah)

 

Noot:

“Amar ma’ruf nahi munkar” (al`amru bil-ma'ruf wannahyu'anil-mun'kar) is Arabisch wat staat voor: streef naar het goede en blijf ver van het kwade. Het geldt als een van de basisprincipes in de Islam en komt dan ook herhaaldelijk in Al Qur’an terug, zoals bijvoorbeeld in Al Imraan (3:104):

3.104    وَلْتَكُن مِّنكُمْ أُمَّةٌ يَدْعُونَ إِلَى الْخَيْرِ وَيَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنكَرِ وَأُوْلَـئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ

3.104   Waltakun minkum ommatun yadAAoona ila alkhayri wayamuroona b almaAAroofi wayanhawna AAani almunkari waolaika humu almuflihoona

3.104   En laat er een groep onder u zijn die tot goedheid aanspoort en tot rechtvaardigheid maant en het kwade verbiedt; dezen zijn het die zullen slagen.